Long term test Ford Focus: Discrete kwajongen

Terwijl we deze lijnen schrijven, is de Ford Focus bezig aan zijn laatste kilometers. Een test in twee delen, waarbij we eerst enkele maanden met de vijfdeurs versie reden die wordt aangedreven door een 1.5 EcoBlue diesel van 120 pk. Vervolgens stapten we over op een Clipper-versie met een EcoBoost 1.5 benzinemotor van 150 pk. Een soort vergelijkende test binnen de test dus. En dat leverde interessante resultaten op …

De dieselversie waar we eerst mee reden, was een ST-Line: een sportieve variant met een 10 mm verlaagd onderstel, een dubbele uitlaat, een zwart radiatorrooster en 17 inch velgen. Maar het is vooral in het interieur dat de bestuurder verwend wordt met een ultracomplete uitrusting. Naast het head-up display en de connectiviteit (FordPass Connect) krijg je er nog draadloos laden voor je smartphone bovenop. Ook qua comfort valt er niets te klagen: zetelverwarming en zelfs stuurverwarming behoren tot de uitrusting. De benzineversie had dezelfde uitrusting, met als bonus dat het een break is, met de navenante winst op het vlak van interieurruimte.

Safety first

De Ford Focus pakt uit met een uitgebreid veiligheidspakket. Door meer camera’s te voorzien aan de voorkant van de Focus, zijn de Ford-ingenieurs erin geslaagd om een intelligente cruise control te voorzien, die halfautomatisch tewerk gaat in de file. De snelheid wordt automatisch aangepast aan de aangegeven snelheid op de signalisatieborden. De Focus is perfect in staat om voertuigen, voetgangers en fietsers te detecteren en houdt de chauffeur netjes binnen zijn rijstrook, met of zonder aanwezigheid van wegmarkeringen. Ford voegt er dan ook nog eens een uitwijk-stuurassistent aan toe om “de gemiddelde bestuurder de rijvaardigheid van een uitstekende chauffeur te geven.”

Wat ons betreft valt ook de head-up display ook onder de noemer safety feature. De afleiding is veel minder tijdens het rijden dan bij een klassiek dashboard. Beslist een pluspunt.

Verbruik: diesel blijft de zuinigste

De nieuwe Focus is niet zomaar een upgrade. Hij werd technisch van de grond opgebouwd en heeft een stijver onderstel, een achteras met onafhankelijke wielophanging, een volledig hertekende ophanging… één voor één ingrepen om het comfort en de feeling een boost te geven. De innovaties gaan echter nog een stuk verder. Hierbij denken we bijvoorbeeld aan de technologie voor cilinderuitschakeling op de driecilinder benzinemotoren EcoBoost 1.0 en 1.5.

Zowel de diesel als benzine die we getest hebben, waren gekoppeld aan een achttraps-automaat die je ook manueel kan bedienen met paddles aan het stuur. Bovendien heb je de keuze tussen drie rijmodi: comfort, eco en sport. Voor de lange afstand (autosnelweg) kozen we steevast voor ecomodus, voor andere wegen werd er geswitcht tussen comfort en sport. Zo werd gemikt op een gemiddelde rijstijl en realistische verbruikscijfers.

Bij de diesel klokten we na enkele maanden af op 6,2 l/100 km en de benzine kregen we net onder de 8 liter (7,9 l/100 km). Deze laatste heeft beslist onze voorkeur qua rijeigenschappen. De benzine combineert moeiteloos souplesse met power en is een waar genoegen om mee te rijden. De diesel klinkt wat rauw bij een koudstart en moest de automaat wat flukser reageren, dan zou hij beter uit de verf komen. Dat kan je wel compenseren door zelf te schakelen aan het stuur.

Voor zowel vlootbeheerders als bestuurders zal wellicht de CO2-uitstoot de doorslag geven … en dan zegt de ratio dat je nog altijd beter voor de diesel kan kiezen (113 g vs 136 g voor de benzine in Clipper-versie, beiden automaat).

Bad boy touch

De Focus geeft veel feedback en ligt strak op de weg. Een auto waarmee je nog eens lekker door de bocht kan zonder het gevoel dat hij gesteriliseerd is, dat was al even geleden. Je voelt dat het onderstel zelf genoeg in zijn mars heeft om de klus te klaren zonder de alomtegenwoordige elektronische regelneven.

De Ford Focus mag dan niet het hippe kid on the block zijn, het is wel een rijmachine die verduiveld goed in elkaar zit en een onmiskenbare bad boy touch heeft. Rijplezier is een woord dat je niet meer mag uitspreken in deze tijden van CO2-verdwazing, maar daar hebben wij stevig lak aan. De Focus is één en al rijplezier … en dat voor heel wat minder geld dan de equivalenten bij premiummerken.

Minpunten?

Perfectie is niet van deze wereld. Dus waren er ook een aantal minpunten. In de automatische versie is er geen versnellingspook. Je kiest de rijstand met een draaiknop. Dat zorgt voor plaatsbesparing maar fan zijn we niet van het concept. Je kan de knop niet op de tast bedienen maar moet telkens kijken of je hem wel in de juiste stand zet. En even snel naar neutraal gaan omdat je in een slip bent geraakt, dat kan je helemaal vergeten.

Ook het knopje tussen beide zetels om de rijmodi te selecteren, kan men een betere plaats geven. Je moet immers telkens naar beneden kijken en naar veiligheid toe is dat niet meteen opportuun. Voorts zijn we niet echt wild van het analoge dashboard. Anno 2019 was het misschien toch logischer geweest om voor een (op zijn minst gedeeltelijk) digitaal dashboard te kiezen.

And the winner is!

Op de redactie van FLEET zijn we wel fan van underdogs. De Ford Focus is er zo eentje: op het eerste gezicht een doordeweekse middenklasser maar hij toverde wel een glimlach op onze tronie telkens we plaats namen achter het stuur. Een aanrader dus. En als rijplezier niet volstaat … denk dan ook eens aan al die opties waar je bij de premiummerken wél een fortuin voor betaalt.

Schrijf u nu in op FLOW, de wekelijkse e-letter van FLEET.be!